Thuis heb ik nog een ansichtkaart...
Gelukkig heb ik wind mee; er staat een straffe wind en met één hand aan het stuur valt fietsen in de omgekeerde richting, zo constateer ik, op dit moment niet mee. Hij heeft me zover gekregen, mijn zoon: "Mam, kan jij die bal even brengen, want ik heb al zoveel bij me?" Ik observeer zijn last en concludeer dat dat nogal mee valt: hij heeft vast een andere reden waarom ik vandaag tussen de middag even bij zijn school moet langs komen om hem deze tas-met-bal te overhandigen. Het zij zo: het is een kantoordag en dat betekent voor mij dat ik zit te klaptoppen in mijn huiskamer; een ritje tussendoor kan vast geen kwaad.
Fietsend door het park komen mij de kinderklanken, van verre tegemoet. Wat heb ik deze rit vaak gemaakt, soms met kind voor- en achterop. Later met één naast me en één achterop; moeizaam slingerend ons een weg banend over het overbevolkte en iets te smalle fietspad. Gelukkig ging de meute vaak in één richting op het ene tijdstip en op het andere moment de andere richting. Tegenliggers waren absolute dwarsliggers in die tijd. Langs het openstaande hek parkeer ik mijn fiets, een andere dan voorheen: dit is een hybride model of zoals mijn dochter zegt: Een Nu-zie-je-er-tenminste-weer-sportief-uit-mamma-fiets. Tot zover haar commentaar nadat ik mijn Harley-Davidson exemplaar, met versterkt frame, zijtassen en buggydragers had ingeruild voor een lief tweede handsje van de categorie "hybride". Dat hybride staat overigens voor: met meer toepassingsmogelijkheden of zoiets. Ze bedoelen waarschijnlijk dat zowel moeders als dochters het vehikel kunnen berijden.
Ik kijk het schoolplein rond: ik mag mij concentreren op de langste kinderen, met mijn groep 8 zoon en al snel zie ik 'm voor een klasgenoot uit sprinten. Bijna "brugger" maar nu kan het nog even: tikkertje. Ik geniet, nog even, zolang het nog kan. Voor een moment blijf ik staan, daarna loop ik het plein op en een brede lach komt stralend op mij af. Snel verdiend met zo'n ritje op de fiets. Ik overhandig hem de tas en zeg: "Zoenen zeker niet hè met je vrienden erbij?" Zijn antwoord is een dikke kus en een "bedankt he, mam." Daarna is hij weer vertrokken en verdwijnt in de groep rennende kinderen. Tikkertje met tas in zijn hand?
Mijmerend loop ik het schoolplein af: een kwestie van een paar maanden en dan is deze periode ook afgesloten. Niet alleen zijn 8 jaren basisschool, maar ook die van mijn dochter die al weer 2 jaar op "de middelbare" zit. Ook mijn eigen lagere schooltijd bracht ik er door op deze Nutsschool in Voorschoten : niet geboren (want in een ziekenhuis in Leiden) maar wel getogen, zo ook mijn kinderen. Op mijn 46e loop ik één van de laatste keren door het hek en zie voor de zoveelste keer het "bejaardenhuis" (nu verzorgings-flat met aanleunwoningen en thuiszorg- en horecafunctie) aan de overkant. Een goede vriend was er locatiemanager: het was zijn droom: wonen en werken in hetzelfde dorp en zijn kinderen op school aan de overkant. Dan kon hij ook bij de vrijwillige brandweer, nog zo'n jongensdroom. Hij heeft het waar gemaakt, al heeft het niet zo lang geduurd die droom: het werk bleek niet zo leuk als gedacht, op termijn, de kinderen zijn inmiddels ook aan het vervolgonderwijs begonnen en na zijn echtscheiding en het vinden van een nieuwe liefde forenst hij inmiddels tussen twee woonplaatsen en een nieuwe werkplek elders. Zo gaat dat.
Ik keer mijn fiets en rijd het park weer in; nog even naar het dorpscentrum voor een boodschap. Twee up to date jonge moeders met dito kinderwagens passeren mij, druk pratend. Ik betrap mezelf er op dat ik denk dat het wel over luiers zal gaan. Onzin natuurlijk. In dit zelfde park werd ik ooit gebeten door de snavel van een prachtige witte knobbelzwaan in een poging om haar brood te voeren. Ik schijn ontroostbaar geweest te zijn, daar bij de stenen bank in het Burgemeester Berkhoutpark, dezelfde waar we later met klasgenoten nog even bleven hangen na de gymles. Wij waren al voorlopers van de hangplekjongeren toen dat nog geen maatschappelijk probleem werd gevonden.
Ik koop slingers om de kamer te versieren voor mijn dochter: "Is voor een jongen of een meisje?" vroeg de mevrouw van de speelgoedwinkel, dezelfde die er al jaren staat en inmiddels van blond naar donkerblond geverfd is, maar verder helemaal dezelfde blijft, generaties kinderen lang. "Een meisje" zeg ik en ik verzuim er bij te zeggen dat het meisje 14 wordt. Vriendelijk verwijst de donkerblonde mevrouw me naar een plank met "Mega Mindy" slingers. Nog even overweeg ik of ik ze mee zal nemen, bij wijze van grap, maar ik zie het gezicht van mijn dochter al voor me, in het gezelschap van haar vriendinnen. Geen coole moeder, schat ik zo in. Dus ik ga naar de "gewone" sexeloze slingers en kies voor veilig.
Na het afrekenen loop ik naar buiten en zoek mijn fietssleutel. Waar heb ik die nou gelaten? Terwijl ik in mijn jaszak tast zie ik het labeltje uit het fietsslot steken: op slot gezet, maar niet de sleutel mee genomen. Ik betrap mezelf er op dat ik even een kort gevoel van schaamte ervaar, gevolgd door een verbazing dat de fiets er nog staat. Alsof de hele Schoolstraat de hele dag vergeven is van de fietsendieven die er op staan te wachten dat ik mijn 2e hands hybride-tje daar onbeheerd en met sleutel achterlaat.
Mijn laatste stop is bij de visboer: een kibbeling en de laatste roddels aan de staantafels; ik kom hier blijkbaar niet vaak meer: geen idee waar ze het over hebben en maar goed ook geloof ik.
Ik vervolg mijn weg naar huis, waar ik weer achter de klaptop kruip. Maar even een blogje schrijven over het Dorp, waar ik geboren ben. Met een dank je wel aan mijn zoon, dat hij mij dit ritje gunde.
Reageren
Reageren op dit bericht is niet mogelijk.

