Ik heb je kaartje nog
"Met P. uit Z". Ik mocht je bellen, en dat doe ik nu." In een flits herinner ik me hem; op mijn weg terug ontmoette ik hem. In een op het oog toevallige ontmoeting verhaalde hij mij over de op handen zijnde operatie; "het kan niet anders, maar ik weet zeker dat ik er beter uit kom". Op mijn vraag, antwoorde hij dat hij niet bang was voor wat komen ging, alleen soms, alleen als hij alleen thuis was, in de nacht. In de nacht piekerde hij: hoe het verder zou gaan met zijn zoon, als hij "er niet beter uit zou komen." En of er wel iemand voor hem was. Vijf jaar eerder ontmoette ik hem al, als passant, aan de tap van wat voor velen en voor hem ook vast de stamkroeg was.
Ik wist dat wij niets deelden, behalve een plek, die voor mij een herinnering inhield en voor hem zijn hele leven. Hij sprak over zijn angst, dat hij zijn maatje, die hij op angstige momenten altijd kon bellen, kwijt was. Vooral voor de nachten was hij bang, als hij dacht aan wat komen ging. Met een "Je mag altijd bellen!" gaf ik hem mijn kaartje.
En gisteravond belde hij; hij vertelde over de man die hij samen met anderen uit het water haalde, de avond nadat wij elkaar spraken. En dat hij zelf niet in het water had durven springen. "Dan had ik het niet gered." De man had het niet gered. "Toen dacht ik aan je: ik dacht: nu ben ik je nodig". (In Z. hebben ze niet iemand nodig, maar zijn ze iemand nodig.) "En toen heb ik je niet gebeld, want ik dacht, je bent in een hotel en andere dingen aan het doen. Je weet wel, het was in 2008."
En ja, dat was 2008 en nu, in 2010, vond hij het kaartje en belde me. "Het gaat goed met mij; ik heb de kamer van mijn zoon in Zwolle geschilderd. Hij is 22 op kamers en ik mis 'm. Maar ja, zo gaat dat. Met mij gaat het goed; ik hoop met jou ook, en ik bewaar je kaartje."
Dat was P. uit Z.
En ik ben J. uit (toen V. en nu) A.
Mooi weekend,
Jeannette
Reageren
Reageren op dit bericht is niet mogelijk.

