Flikkerbillen en een kampvuur
Uit de kamer verderop in het huis klinken stemmen; heldere stemmen zijn het en ze zingen, iets over “Falling down, down, down, down”. Als je nog beter luistert hoor je het begeleidingskoor in de vorm van een telefoon. Telefoon? Ja, want een telefoon is tegenwoordig ook een radio. “I’ll show you around” klinkt het nu. Zijn ze hun eigen koor begonnen? Als je ze zou vragen samen een lied te zingen, dan zou je als antwoord krijgen dat ze toch niet zo gek waren om met “m’n broertje te gaan zingen” of “ik kan helemaal niet zingen”. Ondertussen is dat wat je hoort: 2 loepzuivere kinderstemmen en af en toe een dreun. Want de muziek en hun gezang zijn slechts een selfsupporting support-act bij het hoofdprogramma van deze regenachtige morgen: bullshit. Voor de niet-ingewijden, waartoe ik ook behoor: het is één van de vele variaties aan kaartspelletjes die zij met elkaar spelen. En inmiddels hebben ze ons, volwassenen, ook aangestoken. Vooral een-en-dertigen en pesten doen het bij ons goed.
Pesten is voor zover ik me kan herinneren het eerste kaartspel dat ik leerde. Bij een 7 moest je een beurt overslaan en bij een 2 en een Joker mocht je je knuistjes oprekken om nog grip te houden over de bij te kopen kaarten . Alles evolueert, zo ook het pesten. Ik bedoel hier nog steeds het kaartspel. Inmiddels is een 7 kleven, een 8 wachten, een “heer-tje” nog een keertje en bij een aas draait de spelrichting de andere kant op. Geen kinderspel meer, maar een gelegenheid waarbij je, wil je enigszins kans willen maken op de winst, flink moet opletten. Als je het neerleggen van een aas door je voorganger mist en je legt dientengevolge ten onrechte een kaart op, wordt er zeker een halve minuut lang getwijfeld aan je verstandelijke vermogens. Iets waarvan de angst voor zo'n verschutting mij vroeger zeer goed deed opletten; inmiddels laat ik mij het lot graag weggevallen dat (controle)verlies onvermijdelijk is bij een activiteit waarbij het doel tenslotte ontspanning is. Enig zelfonderzoek leerde mij sowieso dat het uitzicht op de hoofdprijs nimmer mijn drijfveer was tot mijn inzet, zelfs niet in de jaren dat ik mij intensief bezig hield met de badminton sport op niet het geringste niveau. Niet de liefde voor de hoofdprijs (stel je voor: dan moest je nog een toespraak houden ook), maar de angst voor het verlies waren de de stimulans om mij 6 keer per week naar de één of andere sporthal te doen of laten rijden. En natuurlijk de gezelligheid; het was een wereldje op zich, mijn wereld voor toen.
De eeuwige tweede, derde of vierde plaatsen bij toernooien bevielen mij prima: ze gaven aanzien maar behoedden mij voor een plek in de spotlights, waarbij de druk van de verwachtingen mij te groot was. Met het verstrijken van de jaren ontstond, zoals in alles, meer evenwicht. Spelletjes worden daarmee leuker; gewoon doen om het doen en zonder verwachtingen: zowel de verliezen als de winstmomenten incasseren. Gewoon genieten. Twee simpele woorden, maar ze gaan zo leven als we, mijn kinderen, mijn lief en ik, vlak voor het naar bed gaan nog een paar spelletjes kaart spelen. Pesten. Schijnbaar heel gewoon èn genieten.
De lezer rest nog een vraag: waarom staat er "flikkerbillen" als titel boven deze blog. Dat vindt zijn oorsprong in een andere gebeurtenis waarvan “men” vond dat ik daarover moest schrijven. Maar blogs ontstaan van binnen, dus al zet ik er flikkerbillen boven, als dat niet is wat mij bezighoudt, dan komt er geen tekst over flikkerbillen. Maar beloofd is beloofd, dus vertel ik je graag over een ander moment van samenzijn met elkaar, gisteravond: het stoken van een kampvuur(tje) met bijeengesprokkeld hout, dat in plaats van op de nog natte grond in een niet voor dit doel ontworpen grote paellapan werd gelegd. De hoeveelheid vlammen groeide synchroon met het intreden van de duisternis, tot er nog maar één lichtbron was: het zelfgestookte vuurtje met ons, al weer genietend, erom heen. En toen waren daar ineens die andere lichtbronnen: de flikkerbillen noemde iemand ze. Het waren tientallen vrouwelijke vuurvliegjes, die aan hun mannelijke soortgenoten kenbaar maakten dat ze voor het slapen gaan ook nog wel even een spelletje wilden spelen. Schijnbaar heel gewoon èn genieten? Wie zal het zeggen. Voor ons was het een schouwspel uit een sprookje van duizend en één nacht en genieten. Voor de natuur was het waarschijnlijk heel gewoon.
Reageren
Reageren op dit bericht is niet mogelijk.

