Door met een opstelling te werken, ontdek je dat niets op zich staat, maar altijd onderdeel is van een groter geheel. Dat kan een gezin zijn, een familie, onbekend of bekend en van al dan niet nog in leven zijnde personen. Maar ook in de maatschappij maak je bewust en onbewust onderdeel uit van een onnoemelijk aantal (deel)systemen. Die beïnvloeden elkaar allemaal. Zelfs door de tijd en -voor wie daar wat mee heeft- door dimensies heen.

Bij een opstelling werken we met de symptomen en patronen om onderliggende dynamieken in de systemen helder te krijgen en daarmee het systeem of systemen te helen.

(Vormen van) opstellingen zijn al heel oud; in West-Europa werd het maken van een familieopstelling als vorm van psychotherapie geherintroduceerd door Bert Hellinger. Hij kwam met deze werkwijze in aanraking toen hij werkzaam was als missionaris in Zuid-Afrika. Inmiddels zijn er vele vormen van opstellingen ontwikkeld, ook in combinatie met andere werkvormen.

De methode wordt ook toegepast in organisaties, bijvoorbeeld om te onderzoeken waarom er stagnaties zijn in de ontwikkelingen van of tussen organisaties of waarom bepaalde conflicten telkens terugkeren. In de huidige tijd zien we ook veel dynamieken die te maken hebben met de wereld die in verandering is naar het worden van een nieuwe samenleving met een nieuwe ordening en nieuwe vormen van (dienstbaar) leiderschap. Daarbij gaan het krijgen van vrijheid en het nemen van verantwoordelijkheid hand in hand: de mens(heid) op weg naar een nieuwe volwassenheid. Niet uit luxe maar omdat dat niet anders kan: het is een ecologische en kosmische ontwikkeling die ons in deze richting “leidt”, wat voor de één als “duwen” en voor de ander als “trekken” voelt; het laat ons zowel individueel als collectief  door onze angsten gaan om vervolgens in liefde vorm te leren geven aan het nieuwe.